Ontwikkelingen Deltaplan in cijfers

De Wiskunderaad heeft in samenwerking met NWO een uitvraag gedaan naar de aantallen wiskundigen over de periode 2009-2017, zowel de aantallen studenten als de aantallen medewerkers. Deze uitvraag is gedaan bij de Nederlandse universiteiten met een wiskunde afdeling ten tijde van de uitvraag (VU, UvA, UT, TUD, UU, RUG, UL, TUE, RU, CWI, WUR). In de tabellen staat vermeld welke gegevens meegenomen zijn.

Stijging staf omvang tussen 2009 en 2017
34%
Stijging ingeschreven studenten tussen 2009 en 2017
69%
Stijging vrouwelijke staf versus totale staf tussen 2015 en 2017
0%

De cijfers laten een aantal belangrijke trends zien. Ten eerste is er een grote stijging in het aantal wiskundestudenten waar te nemen. Het aandeel personeel stijgt ook, al is deze stijging niet evenredig aan de stijging in studenten (tabel 1 en grafiek 1). In het Deltaplan voor de Nederlandse wiskunde (2015) pleitte de wiskundegemeenschap voor een geleidelijke uitbreiding van de universitaire wiskundestaf (Actie 3: Versterken van de fundamenten van het wiskundehuis). Deze uitbreiding is tot aan 2017 nog niet voldoende geweest om de stijging in studentenaantallen op te vangen. In het Deltaplan voor de Nederlandse wiskunde werd tevens gepleit voor een verhoging van het aantal vrouwen in de Wiskunde (Actie 9: Verhoging van het aantal vrouwelijke wiskundigen). Er is tot aan 2017 nog weinig vooruitgang te zien in het aandeel vrouwen in de wiskunde.

 

Versterking van fundamenten van het wiskundehuis (Actie 3)

In het deltaplan staat beschreven: “Het groeiende aantal wiskundestudenten, de stagnerende omvang van de wiskundestaf, de teruglopende deelname van Nederland aan het mondiale wiskundeonderzoek en de geringe financiering van individuele promotieplaatsen tasten de fundamenten van het Nederlandse wiskundehuis aan. Om dit proces ten goede te komen en het personeelstekort op te heffen is het nodig de universitaire wiskunde staf geleidelijk uit te breiden en het NWO-programma voor vrij onderzoek te verruimen met individuele promotieplaatsen beschikbaar voor alle wiskundigen.”

Onderstaande cijfers laten zien dat het aantal wiskundestudenten nog steeds flink groeit: van 1807 ingeschreven studenten in 2009 tot 3054 ingeschreven studenten in 2017, een groei van 69% (tabel 1 en figuur 1). Het totale aantal onderzoeks-FTE is in dezelfde periode ook gegroeid, al is deze groei niet evenredig aan de stijging in studentaantallen: waar er in 2009 in totaal 147 FTE aan onderzoeksstaf was (hoogleraren, universitair (hoofd-) docenten en tenure trackers), is dat in 2017 gestegen tot 198 FTE, een groei van 34% (tabel 1 en figuur 1).

In de student-staf ratio zien we verschillende fluctuaties tussen 2009 en 2017: eerst een stijgende ratio tussen 2009 en 2012, daaropvolgend weer een dalende ratio. Vanaf 2016 schiet de ratio opnieuw omhoog. 2017 is een piekjaar: in dit jaar geeft iedere docent (1 fte) gemiddeld aan 15,4 studenten onderwijs. Dit is een zware belasting voor het intensieve, kleinschalige wiskunde onderwijs, waarin veel 1-op-1 contacturen zijn. Ter vergelijking kan gekeken worden naar de landelijke cijfers van de groei van studenten en staf in de afgelopen 10 jaar van alle opleidingen in Nederland samen via https://www.vsnu.nl/studentengroei.html. Bij alle opleidingen samen wordt een vergelijkbare trend gezien: een stijging tussen 2009 en 2011, daarna een lichte neergang, die vanaf 2016 weer opklimt. De VSNU signaleert dan ook dat hoge werkdruk een steeds groter probleem is voor universiteiten. Dit is voor de wiskunde niet anders, al is de stijging in de ratio hier zelfs groter dan wat gemiddeld wordt waargenomen (gemiddeld voor alle opleidingen is het laagste gemeten punt 18,3 (2007) en het hoogste gemeten punt 19,8 (2018), voor de wiskunde is het laagste gemeten punt 12,3 (2009), het hoogste gemeten punt is 15,4 (2017)).

Figuur 1: Het percentage groei ten opzichte van 2009 van de instroom van bachelor studenten en de ingeschreven bachelor en master wiskunde studenten tegenover het percentage groei ten opzichte van 2009 van de vaste onderzoeks-FTE van de VU, UvA, UT, TUD, UU, RUG, UL, TUE, RU.

Figuur 2: De studenten-staf ratio. Voor de studenten is gerekend met het totaal aan ingeschreven studenten (BSc en MSc), voor de staf is gerekend met het totaal aan FTE van de vaste staf: hoogleraren, UHD’s, UDs en tenure trackers.

  2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017
Onderzoeks-FTE
FTE HL-UHD-UD 139 145 149 163 158 168 181 169 170
FTE HL-UHD-UD-TT 147 151 153 170 169 183 200 195 198
Studenten
Instroom studenten (BSc) 472 550 586 570 541 641 712 843 863
Ingeschreven studenten (BSc, MSc) 1807 1964 2072 2399 2264 2432 2642 2842 3054
Ratio
Student-staf ratio 12,3 13,0 13,5 14,1 13,4 13,3 13,2 14,6 15,4

Tabel 1: Het totaal aantal bachelor en master wiskunde studenten en de onderzoeks-FTE (HL, UHD, UD/TT) van de VU, UvA, UT, TUD, UU, RUG, UL, TUE, RU. Voor de student-staf ratio is voor de studenten gerekend met het totaal aan ingeschreven studenten (BSc en MSc), voor de staf is gerekend met het totaal aan FTE van de vaste staf: hoogleraren, UHD’s, UDs en tenure trackers.

Verhoging van het aantal vrouwelijke wiskundigen (Actie 9)

In het deltaplan (2015) wordt beschreven: “De extra middelen voor het Deltaplan bieden een uitgelezen kans om het aantal vrouwen in de vaste staf te verhogen. De Wiskunderaad roept de clusters, de decanen en de instituten op om voor ten minste 20% van de nieuwe posities vrouwen te selecteren.”

Onderstaande cijfers laten zien dat er tussen 2015 en 2017 nog weinig ontwikkeling is geweest in het aandeel vrouwelijke onderzoekers. Het aantal FTE vrouwelijke stafleden is licht gedaald tussen 2015 en 2017 (tabel 2), samen met het totaal aan stafleden. Het totale percentage vrouwelijke stafleden is daarmee niet gewijzigd tussen 2015 en 2017 (tabel 2, figuur 3). Er is een hele lichte stijging waar te nemen in het percentage vrouwelijke hoogleraren, UHDs, tenure trackers en AiO’s tussen 2015 en 2017. Het aantal vrouwelijke studenten is tussen 2015 en 2017 niet veel gewijzigd (tabel 2, figuur 3). Met het aandeel van 15,8% vrouwelijke stafleden in 2017 zitten de universiteiten nog niet op de minimaal 20% vrouwelijke stafleden waarnaar gestreefd wordt in het Deltaplan.

Figuur 3: De vertegenwoordiging van vrouwen in de wiskunde (%) 2015 vs 2017. De vaste staf. postdocs en AiOs zijn gerekend als % fte (VU, UvA, UT, TUD, UU, UL, TUE, RU, RUG). De studenten zijn een percentage van het totale aantal (VU, UvA, UT, TUD, UU, UL, TUE, RU). Cijfers mbt man/vrouw verhoudingen van de studentenaantallen van de RUG zijn niet volledig en zijn in deze tabel daarom niet meegenomen.

  Vrouwen fte (totaal fte)   % vrouwen   Verschil
  2015 2017   2015 2017   2015 – 2017
Staf
HL 4.0 (56.8) 4.0 (55.2) 7.0% 7.3% + 0.3%
UHD 5.2 (45.3) 5.4 (37.5) 11.5% 14.4% + 2.9%
UD 10.3 (78.5) 8.0 (77.9) 13.1% 10.3% -2.8%
TT 5.5 (19.0) 8.4 (27.8) 28.9% 30.2% +1.3%
Postdoc 7.5 (62.4) 7.6 (50.7) 12.0% 15.0% +3.0%
Aio 50.9 (266.9) 43.9 (239.0) 19.1% 18.4% -0.7%
TOTAAL STAF 83.4 (529.0) 77.3 (488.1) 15.8% 15.8% 0.0%
Studenten Vrouwen (totaal)   % vrouwen   Verschil
2015 – 2017
Instroom studenten (BSc) 185 (712) 208 (863) 29.6% 28.4% -1.2%
Ingeschreven studenten (BSc, MSc) 710 (2642) 824 (3054) 29.0% 29.3% +0.3%

Tabel 2: De ontwikkeling tussen 20015 en 2017 in de vertegenwoordiging van vrouwen in de wiskundestaf (FTE), met tussen haakjes het totale aantal stafleden per categorie. Data zijn totale aantallen van stafleden aan de VU, UvA, UT, TUD, UU, UL, TUE, RU, RUG. Aan de rechterzijde is dit weergegeven als percentage. Hierbij is het percentage voor de staf berekend als % fte (aantal fte vrouw versus aantal totaal fte). Meegerekend zijn getallen van de VU, UvA, UT, TUD, UU, UL, TUE, RU, RUG. Het percentage voor de studenten is gerekend als aantal vrouwelijke studenten versus het totaal aantal studenten (VU, UvA, UT, TUD, UU, UL, TUE, RU). Cijfers mbt man/vrouw verhoudingen van de studentenaantallen van de RUG zijn niet volledig en zijn in deze tabel daarom niet meegenomen.